
Pandhuiswet 1910
Artikel 36
1
In de localiteit of in de localiteiten, waarin de bank wordt gehouden, zijn gedrukte exemplaren, zonder bijschrijvingen, van de voorwaarden voor beleening aanwezig. Exemplaren worden op verzoek aan de pandgevers en aan de politie kosteloos uitgereikt.
2
Die voorwaarden behelzen:
a
het bedrag ten honderd, dat ter zake van een beleening verschuldigd is, met inachtneming van de in art. 35, derde lid, toegelaten onderscheidingen, voor zoover zij gemaakt zijn, en het minimum, bedoeld in art. 35, tweede lid, indien dat vastgesteld is;
b
den termijn na welken, gerekend van den dag der beleening, het pand, indien het niet gelost is, verkocht kan worden;
c
de vermelding, dat hetgeen het pand bij verkoop meer heeft opgebracht dan de beleensom en hetgeen ter zake van de beleening verschuldigd is, door den rechthebbende gedurende twaalf maanden na den verkoop kan worden opgevorderd;
d
de dagen en de uren, gedurende welke de inrichting geopend is.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.